• Zicht op de Tolsteegpoort 1773 (P.J. van Liender)
  • Zicht op de Tolsteegpoort 1927 (J. van Liefland)
  • Minuutkaart 1832
  • Diaconessenstraat in 1930

De geschiedenis van Utrechtse werfkelders


De Utrechtse werven en werfkelders vormen 'het gezicht' van de Utrechtse binnenstad. De Utrechtse wervenstructuur valt in monumentaal opzicht in het Rijksbeschermd gezicht Utrecht. Delen ervan zijn een Rijksmonument. In 2008 maakte de gemeente Utrecht bekend het grachten-, bruggen- en wervenstelsel van Utrecht te willen voordragen voor de Werelderfgoedlijst van UNESCO omdat ze uniek zijn in de wereld. Die voordracht leidde twee jaar later (helaas) niet tot een opname op de zogeheten Voorlopige Lijst omdat de middeleeuwen en historische binnensteden zijn oververtegenwoordigd. Het maakt de Utrechtse Utrechtse werven en werfkelders uiteraard niet minder bijzonder!

Ontstaansgeschiedenis

Het huidige aantal van 732 Utrechtse werfkelders ontstond vanaf 1150 uit particuliere initiatieven dankzij een veranderde waterhuishouding langs de Oudegracht, Nieuwegracht, Kromme Nieuwegracht, Drift en Plompetorengracht. In het verleden bevonden zich ook langs de Stadsbuitengracht een of meer werfkelders.
Het geheel van vooral werven, werfkelders en bruggen vormde een middeleeuwse stadshaven samen met de zo'n vijf kilometer aan binnenstadsgrachten. 

Gebruik

Oorspronkelijk waren de Utrechtse werfkelders bedoeld voor handelswaren die gelijkvloers vanaf de waterweg naar de huiskelder konden worden gebracht. Vele kooplieden, ambachtslieden en bedrijven wisten gedurende de eeuwen de werfkelders te gebruiken; onder meer een bierbrouwer, wijnhandelaar en champignonkweker vonden er onderdak. Ook hield men er varkens, maar via verordeningen werd hier tegen opgetreden. Bewoning van de werfkelders kwam in de 19e eeuw voor, met de kanttekening dat het bedompt en vochtig wonen was. Vandaag de dag zijn aan het noordelijk deel van de Oudegracht veel restaurants en andere uitgaansgelegenheden in de werfkelders gevestigd. Diverse kelders zijn onder andere in gebruik door winkels, als atelierruimte of gewoonweg weer als opslagruimte.

Hotel Oudegracht

De Oudegracht is gegraven na 1125, de werfkelders aan de Oudegracht zijn gebouwd tussen 1300 en 1500. Omstreeks 1700 zijn de werfkelders verlengd (richting gracht).
De werfkelder waarin Hotel Oudegracht is gevestigd, ligt onder het straatwerk van het zuidelijke deel van de Oudegracht dat vroeger 'Wetstraat' heette, zoals te zien is op de Minuutkaart uit 1832.
Oorspronkelijk was dit zuidelijke deel van de Oudegracht bebouwd met een vrijwel aaneengesloten rij panden. Van 1856 tot 1929 was in een aantal van deze panden het Diaconessenhuis gevestigd.  

Rond 1930 zijn de meeste panden (inclusief de voormalige gebouwen van het Diaconessenhuis) gesloopt, waarna de Diaconessenstraat is aangelegd, een verbreding van de voormalige Molenstraat. De achterwanden van deze kelders zijn toen afgesloten. De oude woonhuizen aan de Wetstraat (de huidige Oudegracht) zijn dus niet meer aanwezig, maar de kelders aan de werf nog wel! 

Op de plaats waar tot ca. 1930 de bij de werfkelders behorende panden stonden zijn na 1930 de woonhuizen en het Christelijk Gymnasium gebouwd. In het schoolgebouw is tegenwoordig het Luzac college gevestigd; de woonhuizen en de school treft u op straatniveau aan boven Hotel Oudegracht. Er is daarbij geen nieuwe verbinding naar de ondergelegen werfkelders gemaakt. 

In de badkamer van Hotel Oudegracht is nog wel het boogje te zien boven de voormalige doorgang naar de woning die er tot circa 1930 gestaan heeft. 

Bronnen: 
Wikipedia
* Onze Architect Lukas de Jong, tevens initiatiefnemer van Stichting Kelderkaart